Begeleiding

De coach/mentor

Alle leerlingen worden zo goed mogelijk begeleid door hun docenten. Een bijzondere rol bij de begeleiding wordt vervuld door de coach. Elke leerling uit klas 1 of 2 heeft een coach, die elke twee weken een gesprek van een kwartier met de leerling voert, waarin de leerdoelen, de aanpak van het leren en de studievaardigheden centraal staan. Drie keer per jaar schuiven de ouders aan bij dit gesprek. Dan spreken we over een LOC-gesprek (leerling-ouder-coach). De leerling speelt een belangrijke rol bij het voorbereiden en vastleggen van de coachgesprekken. In de meeste klassen zijn er twee coaches.

De coaches verzorgen ook een Start-Up, een uur waarin organisatorische zaken worden besproken, praktische zaken als het goed omgaan met de laptop, algemene zaken die met het leren te maken hebben, en zaken die met de sociale kant van het leren te maken hebben. In de Start-Ups is ook nadrukkelijk tijd ingeruimd voor burgerschap: gesprekken over de actualiteit en over idee├źn en opvattingen.

In de bovenbouw spreken we van mentoren. De mentor is daar net als de coach de spil van de begeleiding, en de eerste schakel tussen de school en thuis. In de bovenbouw komen ook zaken als het kiezen van het juiste profiel en vakkenpakket of het kiezen van de vervolgopleiding aan de orde. Mentoren voeren regelmatig gesprekken met leerlingen. De frequentie van die gesprekken is maatwerk.

Coaches en mentoren overleggen regelmatig met elkaar, over de aanpak van allerlei zaken. Bovendien kunnen mentoren voor ondersteuning altijd terecht bij het Pluspunt. Dat laatste geldt ook voor leerlingen, die om een of andere reden niet goed terecht kunnen bij hun coach of mentor.